PLUFOR

Sneller en creatiever denken

door te springen

Hoe vlot jij de armen en benen kan bewegen tijdens het springen, bepaalt hoe creatief jij bent.

Niet zo zeer in het creëren van kunstwerken.

Wel in het zien van mogelijkheden.

Ook jij hebt het potentieel om op en top creatief te zijn.

Problemen oplossen is dan een fluitje van een cent.

Je schudt alternatieven als geen ander uit de mouw.

Een onverwacht obstakel? Je past je aan alsof het niets is.

Maar vaak houdt iets je tegen om helemaal vrij te denken en te doen.

Deze eenvoudige test vertelt je waar jouw blokkade zit op de weg naar topcreativiteit.

Simpelweg springen en met de armen en benen bewegen.

  • Moet je je concentreren?
  • Eventjes nadenken voor je kan starten?
  • Of geraak je in de knoop?


Dan zit je op het niveau van jouw wegversperring.

Spring je vrij.

Je weet nu welke sprong overeenkomt met jouw blokkade.

Oefen die sprong dagelijks. Tot het vlot en zonder nadenken lukt.

Ga dan over naar de volgende sprong.

Ruim zo alle hindernissen op jouw pad op.

En creëer maximaal ruimte in je hoofd.

Je functioneert op het niveau net onder de wegversperring.

Sprong #1

Je overlevingsbrein neemt snel de overhand.

Je voelt je (onbewust) onveilig of onzeker. En om te voorkomen dat je emotionele of fysieke pijn ervaart, spant je lichaam op. Om je in veiligheid te brengen en je te beschermen.

Je bent steeds op je hoede voor potentieel gevaar. Je bent continu alert en gevoelig voor veranderingen.

Kenmerken:

  • overgevoelig voor licht, geluid of aanraking
  • snel verschieten
  • rusteloos
  • gespannen 
  • moeilijk ontspannen 
  • razende gedachten
Sprong #2

Het emotionele brein neemt vaak de controle over. Emoties en affectie staan voorop.

Je linkt alles aan vroegere gebeurtenissen. Waardoor je bepaalde handelingen herhaalt omdat ze je ooit plezier of voldoening gaven. En andere net vermijdt.

Je reageert instinctief op basis van gevoelens. Wat wel eens irrationeel kan zijn.

Taal heeft slechts een beperkte invloed op dit deel van het brein. Je hebt er dus weinig rationele controle over. Gevolg: je raakt de voeling met je emoties kwijt en kunt ze dus ook niet goed verwerken.

Kenmerken:

  • impulsief reageren of plots uitvliegen
  • stemmingswisselingen
  • vastzitten in bepaalde patronen
  • niet goed weten waarom je ineens emotioneel wordt
  • afgevlakte emoties of net pieken en dalen
Sprong #3

Deze sprong vormt de overgang tussen het emotionele en rationele brein.

Als dit niet vloeiend lukt, is de verbinding tussen de twee breinen verstoord. En neemt één van de twee de controle over.

Wanneer het emotionele brein de bovenhand heeft dan laat je je leiden door je gevoelens. Vaak onbewust. Je weet dus niet altijd even goed waarom je plots roept, kwaad wordt of huilt. Je maakt iets mee en (een deeltje) van de gebeurtenis roept herinneringen op. Die dan weer een specifieke emotie naar boven brengt. Met een bepaalde reactie als gevolg. Zonder controle van het rationele brein. Dus zonder stop-knop.

Want het rationele brein zorgt ervoor dat je verstandelijk omgaat met je gevoelens. Je analyseert en beslist welke reactie op dat moment gepast is. Maar om dit goed te kunnen, is een optimale verbinding met het emotionele brein noodzakelijk.

Kenmerken:

  • snel in de war
  • moeilijk beslissingen of keuzes maken
  • twijfelen
  • onzeker
Sprong #4

Het rationele brein staat aan het roer. Je kan de situatie analyseren en beredeneren wat de beste reactie is. Je hebt jouw gedrag en gedachten in de hand.

Met een goede verbinding tussen het rationele en emotionele brein kan je je gevoelens koppelen aan normen en waarden. Je beseft wat oorzaak is en wat gevolg. En op basis daarvan maak je rationele beslissingen.

Taal krijgt een betekenis in dit deel van het brein. Je kan dus op jezelf inpraten en jezelf bijsturen.

Maar neemt het rationele brein te veel de controle in handen dan verbreekt het contact met de signalen van het emotionele brein. Je gaat te verstandelijk om met je gevoelens. En verliest de voeling met wat je wil of verlangt.

Kenmerken:

  • beredeneerd
  • gereserveerd
  • weinig spontaan
  • niet goed weten wat men wil
  • twijfelen
  • beslissen zonder rekening te houden met buikgevoel of emoties
Sprong #5 en #6

Om deze sprongen vlot en vloeiend uit te voeren, is er een optimale verbinding nodig tussen alle breindelen. Pas dan is er voldoende rust om ontspannen te reageren. De emoties en buikgevoel geven de richting aan. En de ratio plant de beste uitvoering.

Die samenwerking is dé voorwaarde om te leren. Je koppelt allerhande gegevens snel en vlot aan elkaar. Waardoor je ontelbare opties en mogelijkheden ziet. Je creativiteit piekt.

Komt er een onverwacht obstakel op jouw pad? Geen enkel probleem! Je weet direct een oplossing.