PLUFOR
Scan 12

Hoe voer je de oefening uit?

Net als alle andere oefeningen kan je deze in stand of in zit uitvoeren. 
Al moet ik zeggen dat deze oefening gemakkelijker is in zit.

Je voert de oefening uit op het ritme van een rustige ademhaling.

Terwijl je inademt, kantel je het bekken naar voor.
Van daaruit recht je heel je rug. Om te eindigen met het hoofd. 
Je kijkt lichtjes omhoog.

Terwijl je uitademt, kantel je het bekken naar achter.
Van daaruit maak je heel de rug bol. Om te eindigen met het hoofd.
Je laat je hoofd en schouders ontspannen hangen.

Opmerking: Zie je bekken als en emmer. Naar voor kantelen, wilt zeggen dat je de emmer naar voor uitgiet. Naar achter is dus de emmer naar achter uitgieten.

Welk effect heeft deze oefening?

Buiten de ademhaling en de hartslag is er nog een ritme in ons lichaam, namelijk dat van het hersen- en ruggemergvocht. 
Door het bekken te kantelen stimuleer je een optimaal ritme. Afvalstoffen en stresshormonen worden daardoor beter afgevoerd.

Daarnaast zorgt de oefening voor een beweeglijker bekken en onderrug. Hoe soepeler je fysiek bent, hoe flexibeler je ook mentaal zult zijn. 

En als laatste: je vindt een evenwicht tussen focus op details en het grotere geheel zien, tussen ineen elkaar duiken en je helemaal open stellen. 
Buig je naar voor dan duik je in elkaar en zie je eerder details. Dit is wat meestal gebeurt in stress. 
Steek je je borst vooruit dan zie je eerder het grotere plaatje. Je stelt je open en laat zien wie je bent. 
Beide patronen kunnen een goede reactie zijn. 
Wanneer een boek uit de kast op je hoofd dreigt te vallen, duik je best in elkaar. En als er iemand je wilt overbluffen, zet je best een hoge borst op. 
Door deze twee patronen te oefenen, leert je brein het middelpunt kennen. Je zal vanzelf in het midden gaan staan. Zodat je indien nodig voor één van de uitersten kunt kiezen.